Werk aan de winkel?

Gepubliceerd op 24 februari 2017

Werk aan de winkel?

Op 21 februari jl. heeft de Europese Commissie de (herziene en nieuwe) BBT-conclusies van de intensieve veehouderij gepubliceerd. Deze zijn te raadplegen op http://bit.ly/2l0gXsR.

Deze BBT-conclusies hebben betrekking op activiteiten die vallen onder categorie 6.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU): veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, met meer dan 2.000 plaatsen voor vleesvarkens van meer dan 30 kg en met meer dan 750 plaatsen voor zeugen.

Deze BBT-conclusies gaan vooral over de volgende processen en activiteiten: beheer van voeding voor pluimvee en varkens, bereiding van voeder (malen, mengen en opslag), huisvesting van pluimvee en varkens, verzameling en opslag van mest, verwerking van mest, uitrijden van mest en opslag van kadavers.

Publicatie van BBT-conclusies betekent voor het bevoegd gezag het actualiseren van vergunningen. De grondslag voor deze plicht is gelegen in artikel 2.30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit artikel bepaalt dat het bevoegd gezag regelmatig beziet of vergunningvoorschriften nog toereikend zijn, mede gelet op de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over beste beschikbare technieken door de Europese Commissie.

Actualisatieplicht

Nadere regels over de actualisatieplicht staan in artikel 5.10, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Dit artikel bepaalt dat het bevoegd gezag binnen vier jaar na publicatie van nieuwe of herziene BBT-conclusies toetst of de vergunningvoorschriften hieraan voldoen, indien noodzakelijk voorschriften actualiseert en na actualisatie de voorschriften op naleving controleert.

Werk aan de winkel dus. Hierbij merk ik op dat voor somige processen en activiteiten algemene regels gelden, die rechtstreeks werkend zijn. Als voorbeeld noem ik huisvesting en de opslag van mest.

Regels over huisvesting zijn opgenomen in het Besluit emissiearme huisvesting. In dit besluit is al rekening gehouden met de (herziene en nieuwe) BBT-conclusies van de intensieve veehouderij. Zo moeten pluimvee- en varkenshouders vanaf 1 januari 2020 aan strengere eisen voldoen. Deze eisen zijn (mede) gebaseerd op deze BBT-conclusies.

Regels over de opslag van mest staan in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze regels zijn rechtstreeks werkend voor zover een bepaalde opslagcapaciteit niet wordt overschreden. Het is aan de wetgever om te toetsen of deze regels voldoen aan de (herziene en nieuwe) BBT-conclusies van de intensieve veehouderij.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: