Vergunningsvrij bouwen in relatie tot archeologie

Gepubliceerd op 14 augustus 2015

Vergunningsvrij bouwen in relatie tot archeologie

Een opslagloods ten behoeve van een agrarisch bedrijf mag als bijbehorend bouwwerk vergunnings-vrij worden gebouwd, mits de bouw in het achtererfgebied plaatsvindt en het bouwwerk niet hoger is dan 5 meter (artikel 3, aanhef en onder 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, hierna: het Bor).

Vergunningsvrij is echter niet van toepassing voor zover voor het bouwwerk volgens het bestemmingsplan regels gelden die in het belang van de archeologische monumentenzorg zijn gesteld, tenzij de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m2 bedraagt (artikel 5, aanhef en onder 4, van bijlage II bij het Bor).

In casu wordt bij de gemeente een plan voorgelegd voor de bouw van een opslagloods met een oppervlakte van 300 m2. De bouw is voorzien in het achtererfgebied en de hoogte van het bouwwerk is 4,9 meter. Ter plaatse geldt een agrarische bestemming met een bouwvlak, alsmede de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’.

In eerste instantie stelt de gemeente zich op het standpunt dat de loods niet vergunningsvrij kan worden gebouwd, gelet op artikel 5, aanhef en onder 4, van bijlage II bij het Bor. Er moet derhalve een omgevingsvergunning worden aangevraagd en bij de aanvraag moet een archeologisch onderzoeksrapport worden bijgevoegd.

Een nadere bestudering van het Bor en het bestemmingsplan roept de vraag op of in het bestemmingsplan regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 5, aanhef en onder 4, van bijlage II bij het Bor. Het gaat om regels in het belang van de archeologische monumentenzorg.

In het betreffende bestemmingsplan zijn inderdaad regels in het belang van de archeologische monumentenzorg gesteld. Echter, de toepasselijkheid van die regels is slechts aan de orde, indien door de bouw de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m2 zal kunnen worden verstoord. Dit laatste is met het realiseren van het bouwplan niet aan de orde.

De gemeente wordt op vorenstaande gewezen, maar blijft op het standpunt dat artikel 5, aanhef en onder 4, van bijlage II bij het Bor moet worden beschouwd zonder daarbij naar de inhoud van de gestelde regels te kijken. Met andere woorden: als er regels in het belang van de archeologische monumentenzorg zijn gesteld, dan is volgens de gemeente artikel 3, aanhef en onder 1, van bijlage II bij het Bor niet van toepassing.

Ik deel het standpunt van de gemeente niet, omdat de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ in dat geval de mogelijkeid voor vergunningsvrij bouwen behoorlijk inperkt. Daar komt bij dat veel gemeenten in hun bestemmingsplan ervoor kiezen om de regels die verband houden met de dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ van toepassing te laten zijn als een bepaalde ondergrens (diepte en oppervlakte van de bodemingreep) wordt overschreden. Met andere woorden: het van toepassing zijn van artikel 5, aanhef en onder 4, van bijlage II bij het Bor is m.i. gekoppeld aan de inhoud van de regels die in het belang van de archeologische monumentenzorg zijn gesteld.
Uiteindelijk heeft de gemeente wel ingestemd om het bouwplan vergunningsvrij te realiseren……..

Bert Lowijs, Lowijs advies.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: