Niet onderkennen milieueffectbeoordelingsplicht hoeft niet fataal te zijn

Gepubliceerd op 14 augustus 2015

Niet onderkennen milieueffectbeoordelingsplicht hoeft niet fataal te zijn

Milieueffectbeoordeling vereist conform de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling een vergunningprocedure. In het Nederlands recht is deze vergunning (onder andere) in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen (hierna: de e-vergunning).

In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een e-vergunning voor bepaalde activiteiten beoordeelt of een milieueffectrapport moet worden gemaakt, de zogeheten milieueffectbeoordelingsplicht.

Jurisprudentie

Aan het voorbereiden van een e-vergunning ligt een aanvraag ten grondslag. Artikel 7.28, tweede lid, van de Wet milieubeheer, voor zover hier van belang, bepaalt dat het bevoegd gezag de aanvraag buiten behandeling laat, indien bij het indienen van de aanvraag geen afschrift is gevoegd van het besluit dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Dit artikel impliceert dat het voegen van een dergelijk besluit bij de aanvraag een absolute voorwaarde is om deze in behandeling te kunnen en mogen nemen. Voorbij gaan aan dit artikel hoeft echter niet fataal te zijn, gezien de uitspraak van de rechtbank Gelderland op 16 december 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:7797).

Motivatie van de rechtbank

De rechtbank deed uitspraak op het beroep tegen een verleende e-vergunning voor een zogeheten covergistingsinstallatie met mestverwerking. Één van de beroepsgronden had betrekking op het door het bevoegd gezag niet onderkennen van een milieueffectbeoordelingsplicht voor een dergelijke installatie. Het bevoegd gezag had desondanks toch de aanvraag in behandeling genomen. Reden voor de rechtbank om het beroep gegrond te verklaren en de vergunning te vernietigen. Echter, de rechtbank zag in deze zaak aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit vanwege het niet onderkennen van de milieueffectbeoordelingsplicht in stand te laten. Het bevoegd gezag had namelijk kort na het ingediende beroep op grond van een door aanvrager overgelegde aanmeldnotitie alsnog beslist dat het maken van een milieueffectrapport voor de aangevraagde installatie niet nodig is. De rechtbank motiveerde dit als volgt:

“het gebrek in de voorbereiding in de vorm van het ontbreken van een milieueffectbeoordeling kan na vergunningverlening worden hersteld. De vraag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt kan afzonderlijk, dus ook na verlening van de vergunning, worden beantwoord. Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2011 in zaak nr. 201006895/1”.

Voorbij gaan aan artikel 7.28, tweede lid, van de Wet milieubeheer leidt in beroep dus tot vernietiging van de bestreden vergunning, maar hoeft niet fataal te zijn. In de beroepsprocdure kan dit gebrek alsnog worden hersteld, waardoor de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven.

Bert Lowijs, Lowijs advies

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: