‘Monovergister niet snel interessant'

Gepubliceerd op 07 januari 2018

‘Monovergister niet snel interessant'

Ondanks de subsidie via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) is investeren in een monovergister voor melkveehouders niet snel interessant. Dat stelt DLV Advies in een bericht van 2 januari 2018 op de website.

Volgens DLV wordt het voor veel veehouders pas interessant als de mestvergisting met elektriciteitsopwekking en economisch gebruik van de vrijkomende warmte is te combineren met een goede verwerking en afzet van het digestaat.

Regelgeving

Voor een goede verwerking en afzet van het digestaat zijn veranderingen in de regelgeving nodig. DLV doelt waarschijnlijk op de Meststoffenwet. Op het gebied van milieu heeft de wetgever de regels voor monovergisting al op 1 januari 2016 veranderd. Dit als uitvoering van de toezegging door de overheid om belemmeringen rond diverse projecten weg te nemen, de zogenaamde Green Deals, waardoor een aanzienlijk potentieel van verduurzaming nog onbenut blijft. In dit kader is afgesproken de procedure voor het realiseren van monovergisters te versnellen.

Activiteitenbesluit milieubeheer

In het Activiteitenbesluit zijn op 1 januari 2016 algemene regels opgenomen voor monovergisting: het vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen. De drempel voor algemene regels is gelegd op 25.000 m3 mest per jaar. Het maakt hierbij niet uit of de mest van het eigen bedrijf of van elders komt. Ter illustratie: de drempel komt overeen met zes bedrijven met 200 melkkoeien of 10 bedrijven met 2.000 vleesvarkens. Bij overschrijding van de drempel geldt een vergunningplicht en is het Activiteitenbesluit niet van toepassing op deze activiteit.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm)

Ondanks de algemene regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, is voor monovergisting tot 25.000 m3 per jaar wel een zogeheten Obm nodig (een toestemming voor het uitvoeren van de activiteit). Dit geldt voor het oprichten van de vergistingsinstallatie, het uitbreiden van de verwerkingscapaciteit en het veranderen van de opslag of bewerking van het vergistinggas.

Het al dan niet verlenen van een Obm hangt samen met een beoordeling van drie factoren:

- de ligging van de risicocontour (afstand tussen gasopslag en (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving);

- risicovolle activiteiten in de omgeving, waardoor er kans is op incidenten bij de monovergisting (bijvoorbeeld een windturbine op korte afstand), en

- gevolgen van een incident bij de monovergisting voor de omgeving (bijvoorbeeld een watergang op korte afstand).

Ruimtelijke ordening

Ondanks een vereenvoudiging van de milieuregels, blijken regels op het gebied van ruimtelijke ordening nogal eens in de weg te staan aan monovergisting. Zo staan niet alle bestemmingsplannen monovergisting (zonder meer) toe en als het is toegestaan, dan is het veelal beperkt tot monovergisting op bedrijfsniveau (dus geen aanvoer van mest van derden). Dus waar DLV pleit voor aanpassing van regelgeving op het gebied van meststoffen, zal ook in de ruimtelijke ordening moeten worden gezocht naar mogelijkheden om monovergisting sneller te kunnen realiseren.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: