Marktplaatsadvertentie te weinig voor verbeuren dwangsom

Gepubliceerd op 24 januari 2018

Marktplaatsadvertentie te weinig voor verbeuren dwangsom

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2018 geeft antwoord op drie vragen, te weten:

  1. Wanneer is een verbeurde dwangsom nog in te vorderen?
  2. Wanneer kan het bevoegd gezag een andere herstelsanctie toepassen?
  3. Wie kan vaststellen, hoe en waarmee dat een last onder dwangsom daadwerkelijk is verbeurd?

De antwoorden zijn niet echt moeilijk, maar het is wel van belang deze in het achterhoofd te houden bij handhavingszaken, zeker als dit gebeurt naar aanleiding van een verzoek tot handhaving.

Het antwoord op de eerste vraag vinden we in artikel 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht :”In afwijking van artikel 4:104 Awb (vijf jaar) verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd". Helder toch, hoewel in de praktijk nog weleens de bevoegdheid tot invordering verward wordt met hoe lang een last onder dwangsom geldig blijft!

Het antwoord op vraag twee, toegespitst op deze hoger beroepzaak bij de Raad van State. luidt dat zolang het maximaal gestelde bedrag van €45.000,- nog niet is verbeurd, immers er werd een bedrag van €18.750 ingevorderd, er geen nieuwe of andere herstelsanctie, zoals een hogere last onder dwangsom of bestuursdwang, mag worden toegepast.

De derde vraag is veruit het belangrijkste! Ook in deze hoger beroepzaak wordt nog eens piekfijn uitgelegd wat nodig is om een onherroepelijk geworden last daadwerkelijk vast te leggen en te laten verbeuren. Op een rijtje gezet komt het hier op neer.

Het moet een deugdelijke en controleerbare vaststelling zijn van relevante feiten en omstandigheden en deze vaststelling moet gebeuren door:

  1. een terzake deskundige medewerker van het bevoegd gezag; of
  2. een terzake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag, of
  3. een terzake kundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen.

En dan is nog een vereiste dat deze vaststelling van feiten of omstandigheden deugdelijk wordt vastgelegd door middel van:

  1. een ondertekende en gedagtekende schriftelijke rapportage;
  2. fotomateriaal;
  3. ander bewijsmateriaal, zoals administratiegegevens.

Hierbij moet helder zijn waar de vaststelling heeft plaatsgevonden, wanneer, door wie en welke werkwijze is toegepast.

Zo te lezen komt er nog heel wat bij kijken voordat kan worden vastgesteld dat een dwangsom daadwerkelijk is verbeurd. Een opvallend detail in deze zaak is dat de Raad van State concludeert dat marktplaatsadvertenties op zichzelf onvoldoende grondslag hebben om een dwangsom daarop te verbeuren evenals de waarnemingen door een appellant of belanghebbende!

Over de schrijver

Gerard Leeman

Gerard Leeman

Gerard Leeman is zelfstandig ondernemer, verzorgt opleidingen op het gebied van omgevingsrecht en ondersteunt bedrijven bij het aanvragen van vergunningen. Hij schrijft regelmatig scherpe columns voor branchewebsites en een krant waarbij hij met de nodige dosis humor zijn mening geeft over uiteenlopende zaken.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: