Einde zeer kwetsbare gebieden nabij?

Gepubliceerd op 08 december 2018

Einde zeer kwetsbare gebieden nabij?

Voor verzuring gevoelige gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) zijn door provincies aangewezen als zeer kwetsbaar gebied. Gaat dit met de komst van de Omgevingswet veranderen?

Zoneringsbeleid

Provincies hebben met het in werking treden van de Wet ammoniak en veehouderij in 2002 gebieden aangewezen die met het oog op de gevolgen van ammoniakemissie vanuit veehouderijen als kwetsbaar moeten worden aangemerkt. Dit heeft tot gevolg dat veel veehouderijen die in een zeer kwetsbaar gebied zijn gelegen of  in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied, sindsdien niet meer of in beperkte mate kunnen uitbreiden. Met dit zoneringsbeleid wordt beoogd om de effecten vanwege stikstofdepositie op deze gebieden te beperken.

Dubbele bescherming

Provincies hebben op grond van de Wet natuurbescherming, die in de Omgevingswet wordt ingebouwd, het primaat bij de bescherming van de zogeheten Natura 2000-gebieden. Een aantal aangewezen zeer kwetsbare gebieden zijn ook Natura 2000-gebieden en genieten op dit moment dus een dubbele bescherming. Enerzijds op basis van het zoneringsbeleid uit de Wet ammoniak en veehouderij en anderzijds op basis van een passende beoordeling van de gevolgen van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden.

Einde zeer kwetsbare gebieden?

Met het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2021 wordt de Wet ammoniak en veehouderij ingetrokken. Daarmee vervalt deze dubbele bescherming. Komt met deze intrekking tevens de provinciale aanwijzing van zeer kwetsbare gebieden te vervallen en betekent dit het einde van de zeer kwetsbare gebieden? Nee, provincies houden onder de Omgevingswet de verantwoordelijkheid om, waar zij dat nodig achten, kwetsbare gebieden aan te wijzen. De landelijke regels uit de Wet ammoniak en veehouderij worden dus vervangen door een op de regionale omstandigheden toegespitst beschermingsniveau dat door provincies kan worden vastgesteld.

Beoordelingsregels

Hoe is de verantwoordelijkheid van provincies om kwetsbare gebieden aan te wijzen geregeld? De belangrijkste bevoegdheid hiertoe is het stellen van beoordelingsregels voor milieubelastende activiteiten (op grond van artikel 5.19, tweede lid, van de Omgevingswet). Deze regels worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening en beperken zich tot uitsluitend de gevolgen van de ammoniakemissie (met stikstofdepositie tot gevolg). Als provincies het niet nodig achten beoordelingsregels te stellen, vindt over de gevolgen van de ammoniakemissie vanuit veehouderijen op voor verzuring gevoelige gebieden geen toetsing plaats. Het bevoegd gezag blijft echter bij een aanvraag om een vergunning voor een milieubelastende activiteit wel de emissies van de activiteit beoordelen, maar niet de gevolgen van die emissies op voor verzuring gevoelige gebieden. De toepassing van beste beschikbare technieken blijft dus onverminderd vereist.

Maatwerk- of instructieregels

Daarnaast kunnen provincies ook gebruik maken van andere bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, zoals het vaststellen van maatwerkregels of instructieregels over het omgevingsplan. Ook een gemeente kan maatwerkregels stellen. Dergelijke regels zien uitsluitend op het beschermen van voor verzuring gevoelige gebieden te beschermen als gevolg van ammoniakemissie uit veehouderijen.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: