Beoordeling MER-plicht bij aanvraag obm

Gepubliceerd op 22 december 2015

Beoordeling MER-plicht bij aanvraag obm

Inmiddels zijn we een beetje gewend aan het instrument obm: omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Maar hoe moet een aanvraag voor een obm inhoudelijk worden beoordeeld?

De rechtbank Midden-Nederland deed onlangs uitspraak inzake een verleende obm voor het uitbreiden van een veehouderij met vleesvarkens. Verweerder stelde zich op het standpunt dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Eisers hebben dit betwist, omdat het houden van vleesvarkens aanzienlijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu.

Hoewel verweerder in aanmerking heeft genomen dat de uitbreiding leidt tot een toename van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof, heeft hij deze toename niet dusdanig geacht dat sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Zeker niet, nu aan de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan.

Het Activiteitenbesluit stelt onder andere eisen aan de emissie van ammoniak uit een inrichting ter bescherming van zeer kwetsbare gebieden. Dit zijn gebieden die door provinciale staten zijn aangewezen.

De rechtbank oordeelt echter anders en stelt, voor zover van belang, het volgende: “Voor zover verweerder getracht heeft de conclusie te onderbouwen door erop te wijzen dat op grond van het Activiteitenbesluit uitbreiding mogelijk is, geldt dat dit een onjuiste redenering is. Eerst dient bepaald te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Wanneer dat het geval is, hoeft geen MER te worden opgesteld en kan een omgevingsvergunning verleend worden voor de activiteit OBM, waarna de inrichting onder het Activiteitenbesluit valt. Het kan niet zo zijn dat voorschriften uit het Activiteitenbesluit gebruikt worden om tot de conclusie te komen dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen”.

Vergewisplicht

Uitsluitend de eisen uit het Activiteitenbesluit te gebruiken bij beantwoording van de vraag of sprake is van belangrijke nadelige gevolgen is dus onvoldoende. Verweerder heeft hiermee onvoldoende invulling gegeven aan de zogeheten vergewisplicht die hij heeft: het uitsluiten van belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van de aangevraagde activiteit.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: