Aanrijdbeveiliging bij het opslaan van drijfmest en digestaat

Gepubliceerd op 26 januari 2018

Aanrijdbeveiliging bij het opslaan van drijfmest en digestaat

Één van de cursisten van de opleiding Hamil van Mibacu vroeg waar de verplichting van een aanrijdbeveiliging bij het opslaan van drijfmest en digestaat in het Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen. ‘Dat zoek ik even voor je op’, was mijn eerste enthousiaste reactie. Toch bleek dit niet zo eenvoudig als gedacht.

Activiteitenbesluit

De voorschriften voor het opslaan van drijfmest en (stabiel) digestaat in één of meer mestbassins is terug te vinden in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.4.6 van het Activiteitenbesluit. Deze paragraaf is niet van toepassing als de opslag een (gezamenlijke) oppervlakte van ten hoogste 750 vierkante meter of een (gezamenlijke) inhoud van ten hoogste 2.500 m3 overschrijdt. Hierbij worden de inhoud en oppervlakte van mestkelders en ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer kan fungeren en onderdeel zijn van een werktuigberging, opslagvoorziening of erfverharding, niet meegerekend. Een mestbassin is in het Activiteitenbesluit gedefinieerd als een voorziening voor het opslaan van drijfmest, niet zijnde een opslagtank of verpakking. Als opslag van drijfmest plaatsvindt in een opslagtank of verpakking, dan zijn de eisen die gelden voor het opslaan van een bodembedreigende stof in verpakking of een opslagtank van toepassing. In artikel 3.51 van het Activiteitenbesluit worden voorschriften gesteld die betrekking hebben op afstandseisen in verband met geurgevoelige objecten en zeer kwetsbare (voor stikstofgevoelige natuur-) gebieden.

Activiteitenregeling

In artikel 3.52 van het Activiteitenbesluit wordt verwezen naar eisen in de Activiteitenregeling. Deze eisen houden verband met het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de emissie van ammoniak of het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico.

BRL 2342

Artikel 3.68 van de Activiteitenregeling bepaalt dat een mestbassin wordt aangelegd overeenkomstig paragraaf 5.5 en de hoofdstukken 6 en 7 van BRL 2342 (Beoordelingsrichtlijn voor een KOMO attest voor Mestbassins en Afdekkingen voor mestbassins, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 9 mei 2017). Paragraaf 5.5 bevat detailleringseisen (draagconstructie, gasophoping, afdekking, vul-aftapleiding, leidingen, afsluiters, afrastering en controle op mestdichtheid). De hoofdstukken 6 en 7 bevatten product- en uitvoeringseisen (waaraan moeten onderdelen van een mestbassin voldoen?) en bepalingsmethoden (om vast te stellen dan aan de eisen wordt voldaan). Bij de uitvoeringseisen (hoofdstuk 7 van BRL 2342) wordt onderscheid gemaakt naar eisen die verband houden met beton-, staal-, hout- en folieconstructies, de aanleg en uitvoering van foliebassins/mestzakken, aanleg en uitvoering overig en verbindingsmiddelen. Uitsluitend bij de aanleg en uitvoering van foliebassins/mestzakken wordt de eis gesteld dat ter plaatse van de afsluiters en morsput uit oogpunt van direct aanrijdgevaar een aanrijdbeveiliging aanwezig moet zijn (paragraaf 7.6, voorschrift 13). In BRL 2342 wordt een foliebassin gedefinieerd als een mestbassin uitgevoerd als een met folie beklede grondput en een mestzak als een mestbassin, geheel of grotendeels bovengronds gelegen, voornamelijk opgebouwd uit kunststoffolie waarvan de bodemafdichting en afdekking een geheel vormen.

BRL 2444

Artikel 3.69 van de Activiteitenregeling bepaalt dat een mestbassin overeenkomstig het daartoe in de Regeling bodemkwaliteit aangewezen normdocument wordt beoordeeld. Dit normdocument betreft Beoordelingsrichtlijn BRL 2344 voor het Kiwa procescertificaat voor verlengen van de referentieperiode voor mestbassins en afdekkingen voor mestbassins, KIWA Nederland B.V., versie van 15 december 2012. In hoofdstuk 4 van BRL 2344 wordt als eis aan de verlenging van de referentieperiode van een mestbassin gesteld dat aan BRL 2342 moet worden voldaan. Hiertoe zijn als bijlagen bijgevoegd rapporten voor de beoordeling van foliebassins/mestzakken, bovengrondse betonnen mestbassins, stalen mestbassins, mestbassins met kunststof binnenhoes en houten mestbassins. In al deze rapporten komt de vraag aan de orde of er aanrijdvoorzieningen (t.p.v. morsput en afsluiters) aanwezig zijn.

Resumé

Ik stel vast dat op grond van BRL 2342 alleen bij de aanleg van een foliebassin of mestzak ter plaatse van de afsluiters en morsput uit oogpunt van direct aanrijdgevaar een aanrijdbeveiliging aanwezig moet zijn. Echter, voor het verlengen van de referentieperiode geldt voor alle type mestbassins dat er aanrijdvoorzieningen aanwezig moeten zijn. In het kader van veiligheid acht ik de aanwezigheid van een aanrijdbeveiliging bij de aanleg van alle typen mestbassins van essentieel belang.

Over de schrijver

Bert Lowijs

Bert Lowijs

Bert Lowijs adviseert agrarisch ondernemers bij het verkrijgen van toestemming van overheden. Naast zijn functie als adviseur is hij ook actief als docent agrarisch omgevingsrecht. In zijn artikelen bindt hij op scherpzinnige wijze de strijd aan met het woud aan regels dat van toepassing is op zijn vakgebied.

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Volg ons

Like ons


Copyright © 2018 Gerard Leeman en Bert Lowijs
Website powered by: